lente in de hortus van het Universiteitsmuseum

In de stilte van de hortus van het universiteitsmuseum hoor je de lente kreunen. De vogels fluiten orkestraal,  de bloemen van de witte oleanders in de bruine kuipen groeien per uur. In de kas op het water van de hoge bak drijft de Victoria

naarhet hart van de nectar

de huig van de Victoria Amazonica

Amazonica, ze pronkt vol trots haar vleesroze bloem, die vannacht is open gebroken.  Alle planten staan vol in bloei, de geur van het gisteren gemaaide gras hangt nog boven het gazon. Een oase van geur en kleur, de lente op de toppen van haar kunnen in de hortus van het Universiteitsmuseum

Ik loop over het grindpad naar de kas. De klok van de Catharina  kerk kondigt het elfde uur aan van de laatste vrijdag in mei. Van de 26 mensen werken er vandaag vier, één op kantoor, de vrouw met de grote borsten, strenge blik achter bruin hoornen bril en zwart geverfde haren.  Elsje de koffiejuffrouw, bij haar moet ik altijd aan de film Yo tambien denken, zij in de rol van Daniel en ik die van de verwaarloosde vrouw met een bipolaire stoornis, Fred ICT-er en ik. Als conciërge liep ik de ronde van het museum, de checkvink ronde. Staat alles op zijn plek?, en kun je nergens over struikelen?, is er genoeg wc-papier?

Ik besluit om aan het einde van de kas de nooduitgang te nemen, daarachter stond in het groen en in de ochtendzon een betonnen bankje onder een prieeltje. Een bankje voor geëngageerde vijftigers die elkaar gedichten van Bloem voorlezen, de liefde verworden van trillend billenvlees tot het gedicht dat zonder stotteren wordt gedeclameerd, waarna handen worden geknepen en haren geaaid.
Alle ventilatieramen van de oude kas staan op stok. Ik hoor een vrouwenstem en kijk naar het prieeltje, daar zit een vrouw, schrijlings op het betonnen bankje, haar ene been op de grond de andere op de zitting van het bankje. Ze telefoneert, met haar linkerhand streelt ze zichzelf, wrijft ze zichzelf. Ik kijk vol verbazing en vooral vol verwachting. Ze houdt de achteruitgang nauwlettend in de gaten. De hortus met al haar geuren en kleuren heeft haar in haar macht. De lente op de hoogste toppen van haar kunnen. Ze gooit haar hoofd achteruit, haar modern gesneden haren volgen in slowmotion. Haar hand versnelt, ik kijk en geniet van de lente. Op het moment dat de lente haar hoogtepunt nadert, gaat mijn telefoon, de BHV telefoon van het museum. Ze kijkt om en ik kijk haar voor een fractie in haar ogen, ik laat me vallen en druk de telefoon weg. Op mijn knieën kruip ik zo snel ik kan naar het einde van de kas, ik sta op en duik de kelder van het depot in.

Even na enen zit ik samen met Elsje en Fred  in de tuin aan de zware stenen ontleedtafel, we hebben onszelf getrakteerd op een broodje hamburger, af en toe loopt er een bezoeker langs, die ons  een smakelijke maaltijd toewenst. Wij knikken terug met volle mond.  Dan zie ik de directrice vanuit het hoofdgebouw op ons afkomen, ze draagt een flinter dun zomerjurkje, dat in een lentebries, strak tegen haar lichaam wordt gedrukt; Edward Hopper in de Hortus.

Rdward had maar één model en dat was zijn vrouw

lentebries verbeeld door de schilder Edward Hopper

Het jurkje is iets te kort, of niet, ze heeft mooie benen, die ze graag laat zien.

Ze zal hoog bezoek krijgen zegt Fred. Hoezo, vraag ik. Die rok, dat doet ze niet voor ons. Hoe korter de rok hoe hoger het bezoek, zeg ik. Juffrouw Elsje, die nog nooit een jurkje heeft gedragen, verslikt zich en loopt rood aan.
Eet smakelijk, mag ik er even bij komen zitten? Tuurlijk zegt Fred. Elsje knikt en ik kijk naar haar borsten en zie de tepels onmiskenbaar tegen de stof van het zomerse jurkje. Wat eten jullie?. We vieren de lente met een lenteburger. Ze gaat op de punt van het bankje zitten en opent haar bakje vol vierkant gesneden fruit. Een minuutje wordt er stil gegeten. Dan vraagt de directrice wie er vandaag de ronde heeft gelopen. Fred, veegt met de rug van zijn hand zijn mond af en zegt Dirk. Ze knikt en zegt En nog iets opvallends waargenomen Dirk. Ik kijk haar in de okerbruine ogen, dun lijntje zwarte eyeliner, ze ontwijkt mijn blik en ze hapt een stukje meloen van de vork, haar gesneden haar beweegt licht. Ik neem een slok koffie en zeg; ik heb vandaag de lente gehoord in de Hortus.  Ja, geweldig hè al die vogels. Het is de mooiste dag van de lente, eentje die ik niet snel zal vergeten. Ik keek naar linkerhand en ik had er wat voor over om aan haar lentevinger te mogen ruiken.

Geef een reactie